Renee Olsthoorn
Menu

Renée Olsthoorn

auteur - vertaler

Als een uit het nest gevallen vogeltje

Toen ik het nieuws van het overlijden van de moeder van Hugo Borst vernam, moest ik aan mijn eigen moedertje denken dat aanstaande december zeven jaar geleden overleed. Oud worden willen we allemaal, maar het is vaak helemaal niet zo fijn. Met mijn moeder ging het goed tot halverwege haar achtste decennium toen ze een bypassoperatie kreeg. Vanaf dat moment heeft ze eigenlijk niet meer kunnen genieten, wat juist wel de bedoeling was. Voor het blog dat ik destijds over haar schreef mocht ik de Blogparel 2011 voor beginnende bloggers ontvangen. Ik post bewust geen foto van haar in die situatie, maar een geschilderd portret van haar door een Haagse kunstenaar, die tevens haar tekenleraar was, toen ze een mooi jong meisje was.

 

Als een uit het nest gevallen vogeltje

"Dat hebben ze  bij mij ook gedaan, echt waar," zegt ze huilend, nadat ik gekscherend opmerk, dat ik haar schoonzoon - mijn man - met de zweep zou geven, als hij zich niet zou houden aan zijn om gezondheidsredenen veel verstandiger leefwijze.

"Ze hebben me keer op keer met een zweep geslagen omdat ik niet wilde slapen. Geloof me nu! Het is waar, het is echt waar!"

Aan het woord is mijn negenentachtig jaar oude dementerende moeder. Een kleine twee weken geleden is ze opgenomen in een psychiatrische zorginstelling. Het ging niet meer thuis, er was een eind gekomen aan de energie - mentaal en fysiek - van mijn eenennegentig jarige vader, die sinds de bypassoperatie van zijn vrouw een jaar of wat geleden praktisch fulltime voor haar zorgde.

Ik vind het - hoe verschrikkelijk ook - een oplossing voor mijn moeder en zelfs een zegen voor mijn vader. Blijft echter het keiharde feit dat twee mensen die een kleine zeventig jaar samen zijn geweest, noodgedwongen ruw uit elkaar zijn gerukt, en zich allebei alleen moeten aanpassen aan een nieuw leven zonder toekomst.

De aanblik van dat kleine mensje doet je hart breken: die eens zo trotse vrouw ziet er nu uit als een uit het nest gevallen vogeltje, dat het weliswaar heeft overleefd maar doodsbang is voor die wereld van (wereld)vreemde vogels waarin ze terecht is gekomen, en zo ontzettend graag terug zou willen naar haar eigen nestje: haar hoekje op de bank bij de verwarming, kussentjes in haar rug, met een berg aan kranten en knipsels om zich heen, op zoek naar artikelen over Zuid-Amerika, haar grote interesse.

Of we willen of niet, we zullen het onder ogen moeten zien: die plek ziet ze hoogstwaarschijnlijk niet meer terug. Haar fysieke en geestelijke toestand holt achteruit, en het decorumverlies bij deze vrouw, die prat ging op haar opvoeding en beschaving, brokkelt stukje bij beetje af. Heldere momenten wisselt ze af met verwarde, huilen met lachen. Ze praat met luide stem over de andere mensen in de leefruimte van de instelling alsof ze er niet bij zijn.

"Die meneer, hier, is net gearriveerd, ziet hij er niet precies uit als een handelsreiziger?" De bewuste man - duidelijk ook helemaal de weg kwijt - kijkt haar niet-begrijpend aan.

Vervolgens loeihard: "Pas maar op, kinderen, ze jatten hier als de raven!"

De vermeende slechte behandeling die ze zegt te krijgen, uit ze in één adem met haar waardering voor het vriendelijke opgewekte personeel en het heerlijke eten.

Het is een hard gelag om van zo nabij machteloos te moeten toezien hoe een mens volledig aftakelt en geen grammetje waardigheid meer overhoudt.

Wat is  nu eigenlijk de meerwaarde voor het leven erna van een vierdubbele bypassoperatie bij een persoon die de vijfentachtig al is gepasseerd? vraag ik me af, als ik warme sokken over haar ernstig opgezette ingezwachtelde ijskoude voeten trek. Wat heeft het voor zin het lichaam van een hoogbejaard oudje aan de praat te houden door het te kwellen met talloze pillen, injecties, bloed- en urineonderzoeken en operaties... Waarom, kortom, mogen we tegenwoordig geen natuurlijke dood meer sterven: rustig, waardig, zonder gesleutel aan ons lichaam, dat weliswaar het leven rekt maar niet de kwaliteit ervan.

Waarom gaan we - als ons lichaam op is, en wij levensmoe - niet gewoon dood, in onze slaap, en bij voorkeur in ons eigen bed omringd door de mensen van wie we houden...

"Straks gaan jullie weer weg," zegt ze huilerig.

"Ja, maar we komen iedere dag terug, weggaan betekent toch zeker ook weer terugkomen?" zeg ik met een stemmetje dat je opzet voor een klein kind.

Daarmee neemt ze knikkend met haar hoofd genoegen, en na heel veel kusjes en omhelzingen wuift ze ons met een glimlach om haar mond uit.

©Renée Olsthoorn, 2011

 

Go Back

Je weet er alles van, @Jaimie. Het is zwaar. :-(

Reply

Zucht ... Helaas is dit alles hoe het in zo'n situatie is hé.

X, Jaimie

Reply

Thanks, @Joyce! Ik zie haar iedere dag voor me, als ik 's ochtends in de spiegel kijk. Serieus :-)

Reply


Comment