Renee Olsthoorn
Menu

Renée Olsthoorn

verhalen - blogs - reviews

Misverstand aan het strand... Een kort zomerverhaal

Introductie: In mijn debuutroman `De Franse slag' heeft thuiszorgster Els Weesjes, de beste vriendin van hoofdpersoon Eva Boterenbrood, weinig geluk in de liefde. Daar komt verandering in als ze Nick Zonneveld ontmoet in de trein naar Parijs. In dit korte verhaal, een zgn. spin-off van `De Franse slag', gebeurt er iets wat de relatie tussen Els en Nick héél even doet wankelen, en zeker aangehaald zal worden in het vervolg, `Josefiens Zevende Hemel'.

Misverstand aan het strand

 

`Je hebt toch een sleutel?' riep Els Weesjes vanuit de slaapkamer van haar tweekamerappartementje in hartje Den Haag. Net toen ze haar thuiszorguniform aan het verwisselen was voor een strakke jeans met een nog strakker topje werd er aangebeld. Verdorie, hij is veel te vroeg! Maar waarom gebruikt hij de sleutel niet die ik hem heb gegeven?

Het was half een, haar dienst zat erop, en ze had over een half uur een lunchafspraak met Nick Zonneveld, de ICT-er die ze in de trein naar Parijs had ontmoet, en met wie ze alweer zeven maanden, drie dagen en - Els keek op haar horloge - twaalf uur en dertig minuten datete. En niet zomaar datete, lékker datete! Lekkerder dan lekker... Oh yeah!

Nadat het haar eindelijk was gelukt de broek over haar dijen omhoog te schuiven, deed ze languit liggend op haar bed verwoede pogingen om de rits dicht te krijgen.

`Poe, poe, dat viel niet mee,' mompelde ze. Zonder kleerscheuren en met een (noodgedwongen) aangespannen buik stond ze ietwat ademloos van haar bed op. Missie volbracht. Vervolgens trok ze het nauwsluitende topje over haar hoofd aan, want ze wist hoe Nick haar boobies apprecieerde, zoals hij ze noemde.

Opnieuw ging de bel. `Ik kom al!' riep ze ongeduldig. `Wat ben je...' begon ze terwijl ze de deur opendeed.

Het was echter niet Nick die had gebeld, maar een bezorger met een gigantisch boeket veelkleurige zomerse veldbloemen in zijn hand.

`Ben ik bij Weesjes?' vroeg hij.

`Ja, maar _'

`Alstublieft.' De jongen reikte haar het boeket aan en vertrok.

Beduusd keek Els hem na, het prachtige boeket in haar handen. Van wie kon het zijn? Een door haar verzorgd oudje dat zijn of haar tevredenheid wilde betonen? Binnen verwijderde ze de beeldige verpakking. Het envelopje dat ze tussen de bloemen vond, scheurde ze gretig open. Er zat een visitekaartje in van... Nick!

Schattebout, het gaat niet lukken vanmiddag, er is iets tussen gekomen. Lastig uit te leggen, doe ik vanavond. Niet erg, toch? Met deze struik hoop ik het goed te maken. Kusje op je babbelaar, Nick.    

Niet erg? Natuurlijk vond ze het erg! Ze waren zo zelden vrij doordeweeks, en het was zo'n mooie dag. Ondanks het fraaie boeket kneep Els teleurgesteld haar lippen samen en staarde een momentje stuurs voor zich uit. Hij had op zijn minst kunnen zeggen wát er tussen was gekomen, lastig of niet. Waarom vanavond pas? Een ICT-er wist toch wel hoe een smartphone te gebruiken?

`Grrr.'

Maar die bloemen... Haar uitdrukking werd milder. Attent, dat wel. Er verscheen een flauwe glimlach om haar mond. Het was zo'n lekker ding, en wat was ze smoorverliefd op hem. Toch niet te geloven dat zij, thuiszorgster Els, tot voor kort slechts getrakteerd op los in het vel hangende hoogbejaarde billen, nu bijna dagelijks of, liever gezegd, `nachtelijks' haar handen vlijde om de fraaie ronde stoere halve globes van Nick, als ze weer zo'n heerlijk potje aan het vrijen waren.

Oké. Wat deed ze nu met haar vrije middag? Het was een bloedhete dag, en zin om thuis te blijven kniezen had ze niet. Een vaas met water vullend voor het boeket besloot ze er een strandmiddag van te maken.

Nadat ze de bloemen had geschikt en er een mooi plekje voor had gevonden, liep ze naar haar slaapkamer om haar jeans en topje in te wisselen voor een zomerjurk, een voor strandbezoek praktischer kledingstuk. Haar bikini trok ze er alvast onder aan. Ze bond haar lange blonde haren in een staart, zette een zonnebril op haar hoofd en schoof haar voeten in een paar teenslippers. Daarna pakte ze een badlaken in, zonnebrand, een fles water, de laatste Linda, haar telefoon en na enige aarzeling toch ook maar een zak chips. Vervolgens ging ze naar buiten en stapte op haar fiets.

De zon stond hoog aan de hemel, en ze genoot van het fietstochtje naar het strand via de Scheveningseweg, die baadde in een veelvoud van groene tinten dankzij de majestueuze bomen, het dichte struikgewas en, uniek voor Den Haag, de stroken gras waar de trambanen doorheen liepen.

`De afspraak mag dan niet doorgegaan zijn, het leven is mooi,' mompelde Els voor zich uit. En zonder zich te bekommeren om de enkele meewarige blik die ze van een voorbijganger of medefietser toegeworpen kreeg, zong ze luidkeels en - vermoedelijk - gruwelijk vals mee met `Het regent zonnestralen', die gouwe ouwe Acda en de Munnik hit, waarnaar ze via de oortjes van haar telefoon luisterde,

Aangekomen op de boulevard zette ze in opperbeste stemming haar fiets op slot en nam de eerste de beste trap naar het strand.

Beneden aangekomen bleef ze stokstijf staan. Op het terras van de aan de trap grenzende strandtent zag ze Nick. Ook van achteren herkende ze hem uit duizenden. Zo ingewikkeld was dat overigens niet, want hij had een tattoo van haar initialen in een hart op zijn rechterschouderblad, zoals zij die van hem op haar linkerschouderblad had laten tatoeëren.

Met ontbloot bovenlijf lag hij lekker relaxed te loungen maar... niet in zijn eentje.

Naast hem zat een vrouw. Hij had zijn arm om haar schouder, en het mens leunde met haar hoofd tegen die van hem!

`What the fuck!' riep Els spontaan uit. `Het gaat niet lukken vanmiddag... My ass,' mompelde ze zachter voor zich uit. Mij bloemen sturen om zijn schuldgevoel mee af te kopen?

Tranen welden in haar ogen op, en binnen fracties van seconden spookte er van alles door haar hoofd... Wie had dat van Nick gedacht? Wat een eikel! Wat een ongegeneerde vreemdganger! Zijn alle mannen dan verrot tot op het bot? Why me?! Ben ik dan niet voor het geluk geboren? Wat ben ik toch een loser. Trap ook overal in. Ik... ik... haat mezelf. Voor mij geen mannen meer. Ik koop wel een seksspeeltje. O nee, dat heb ik al, maar waar is de oplader ook alweer? Zit ik mooi opgescheept met die tattoo... die laat ik onmiddellijk weglaseren. Dit schreeuwt om wraak... Ik vermoord hem. Ik wil bloed zien! Nou ja, figuurlijk dan... Ik haat hem. Niet waar, ik hou juist zoveel van hem...

Het was één grote chaos in haar hoofd.

Arme Els, ze voelde zich zo verraden, zo heel erg het slachtoffer.

Wat nu? Normaliter reageerde ze redelijk primair, maar nu wist ze het even niet. Wegrennen? Of liever gezegd, wegfietsen? Hoe dan ook, ze was te geïntimideerd, te perplex om spontaan op hem af te stevenen en hem eens stevig aan de tand te voelen.

Een probleem uit de weg gaan was echter zó niet haar stijl. Dus vermande ze zich, poetste haar tranen weg en liet haar verdriet plaatsmaken voor woede. Dat laatste gaf haar de adrenalinestoot om kordaat te kunnen optreden.

Ondertussen zat Nick godbetert de haren van die vrouw te strelen! Dat werkte op Els als een rode lap op een stier, en bij het stel aangekomen plantte ze geniepig een puntige nagel in zijn schouder.

`Au!' Als door een wesp gestoken keek Nick om, maar onmiddellijk verscheen er een glimlach van oor tot oor op zijn gezicht. `Elsje Fiederelsje!' riep hij enthousiast. `Wat zie je er weer lekker uit, pop!'

Huh? Spéélde hij nu blijdschap om haar te zien? Was hij ook nog eens een geboren acteur?

Toen ze voor hen stond, zag ze dat ze allebei een gin cocktail voor hun neus hadden.

Welja, maak het jezelf maar gezellig, waarom niet...

De vrouw die naast hem zat was beeldschoon, moest Els vaststellen. Een vracht krullend donker haar, grote bruine ogen, een mooie volle zwoele mond en een smalle rechte neus. Prachtige lange zongebruinde benen en _ o, wat was het leven toch unfair _ superslank. Zo te zien was ze wel een stukje ouder dan Nick.

Een cougar?

Els was even uit het veld geslagen, maar ze vermande zich en wierp een blik vol minachting naar het stel. `Hoe kun je _, begon ze, haar blik op Nick gericht.

`Lucie,' zei hij tegen de vrouw naast hem. `Mag ik je voorstellen, dit is Els, mijn snoezepoes.'

Huh? Dacht Els confuus. Wa-wat was dit? Zijn snoezepoes, terwijl hij hier cosy deed met een voor haar wildvreemde vrouw? Zijn spéélpoes, bedoelde hij zeker... Nou, deze poes, dacht ze, liet echt niet meer met zich spelen, no way!

Lucie stak haar hand naar Els uit. `Leuk kennis met je te maken, Els. Het spijt me dat ik Nick even van je gestolen heb, maar ik had iets belangrijks met hem te bespreken, een nogal delicate kwestie,  moet je weten.'

`Je meent het.' Met tegenzin nam ze de uitgestoken hand aan. De-li-ca-te kwestie, moet je weten... pff, bekakte doos, mopperde Els binnensmonds, in haar hoofd de stem van de vrouw nabootsend.

`Helaas wel. En aangezien ik midden in het land woon, wilde ik dat op een dag als deze het liefst doen met uitzicht op zee.'

`Zal wel,' zei Els. `Maar wie ben je, wat deed je met je hoofd op de schouder van mijn vriend? En wat deed híj met zijn arm om jouw schouder?' vroeg ze bits, met haar wijsvinger naar Nick wijzend zonder hem aan te kijken. `Als ik ergens een bloedhekel aan heb is het wel aan mannen die van twee of meer walletjes eten.' Nu keek ze wel naar Nick, en als blikken hadden kunnen doden...

Els' stem reikte normaliter al vrij ver, maar nu ze een tikkeltje door het lint ging, konden de andere terrasgasten `meegenieten', en hier en daar klonk er een `nou-nou...' of `tut-tut... op. Ze merkte het niet, of het deerde haar niet.

Nick en Lucie op hun beurt waren met stomheid geslagen. Ze keken eerst elkaar en vervolgens haar verbijsterd aan.

`Maar Elsje,' begon Nick. `Het is niet _'

`Laat me raden,' onderbrak ze hem. `Het is niet wat ik denk, hè? Bespaar me je clichés, Nick!' snauwde ze, en ze maakte aanstalten om weg te lopen.

`Wacht, Els! Heeft hij het dan nooit over mij gehad?' vroeg Lucie.

Nieuwsgierigheid won het van woede, en Els draaide zich naar haar om.

`Staat je netjes, Nick,' zei Lucie vervolgens verontwaardigd tegen hem.

`Tja,' zei Nick, een schaapachtige blik in zijn ogen.

`Nou, zeg het dan, wie ben ik? Nee laat maar, ik vertel het zelf wel.' Daarop keek Lucie weer naar Els. `Ik ben zijn grote zus, en deze zus...' zei ze naar zichzelf wijzend. `...verkeert in een megacrisis.'  

Zijn zus? Kuuuuuut!

`Ik heb mijn grote liefde ten onrechte van ontrouw beschuldigd,' vervolgde Lucie. `en nu heeft hij zijn biezen gepakt, begrijp je?'

En of Els het begreep! Bloedheet kreeg ze het, en het was al zo warm. Zweetdruppeltjes parelden op haar voorhoofd, en traag stroomde er vanuit iedere oksel een straaltje transpiratie langs haar zijden omlaag. Jammer genoeg was de kuil die een jongetje even verderop in het zand aan het graven was nog lang niet diep genoeg voor haar om voorgoed in te verdwijnen.

©Renée Olsthoorn, augustus 2018

Alle rechten voorbehouden. De in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de auteur. Iedere gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.

Dit verhaal is speciaal geschreven voor de Hebban Feelgood Club in het kader van de reeks zomerverhalen

 

Go Back

Comment

Blog Search

Blog Archive

Comments